Beste Ricky,
Allereerst, jammer dat je in je laatste wedstrijd door je eigen publiek werd uitgejouwd.
Je speelde niet best, eerlijk is eerlijk, maar dat had ook met je positie te maken. Hoe dan ook, dat negatieve gezang en gefluit verdiende je niet nadat we anderhalf jaar lang lief en leed hadden gedeeld.
Ik kan me nog als de dag van gister herinneren dat je in ons groengele leven kwam. Jaren hadden we ons zitten verbijten dat je het als geboren Hagenees de toeschouwers van die andere clubs zo naar de zin kon maken. Dat stak vooral omdat ook jij wist dat Sparta, RKC en Heracles niet kunnen tippen aan de schoonheid van je jeugdliefde ADO Den Haag.
Sommigen hier zagen het niet zitten dat je na het drinken van dat kopje koffie bij ons introk. ‘Je haalt een leuke voetballer, maar ook een hoop ellende in huis’, zeiden ze dan. Ik wilde dat laatste niet geloven en kon alleen maar denken aan je mooie steekpasses en sierlijke vrije trappen.
Niet lang daarna deden zich de eerste strubbelingen voor. Er was gedoe met Atteveld en met Wetzel. Bovendien wilde dat goede spel bij ons maar niet komen. Je kreeg zelfs de bijnaam Ricky van der Lat.
Ik bleef in je geloven. Niet in de laatste plaats omdat je me altijd zo weet te vertederen. Allereerst als de spreekwoordelijke Pietje Bell, de deugniet vol grappen en grollen. Maar ook omdat je een gevoelige, emotionele jongen bent en tegelijk een winnaarstype.
Aan je optreden als belhamel bewaar ik misschien nog wel de beste herinneringen. Ik zie het nog voor me. Jij met dat grote keepersshirt en die grote handschoenen in de goal tegen Ajax. Jij die bij een wissel de aanvoerdersband zelf maar om doet omdat Derijck te ver weg staat. Jij die voor het nemen van een hoekschop bij de achterlijn even bukt om zo’n grote tv-microfoon met bontje te aaien alsof het je huisdier is. Dat werk. Ik zal het nooit vergeten.
Maar net als je humor uiten ook je emoties zich direct in doen. Jij bent niet iemand die op een accepterende manier omgaat met wat zich aandient in het dagelijks voetballeven. Van een bijdrage aan het teambelang kan jij niet genieten, zelfs als dat een rol als supersub betekent.
Nee, jij moet dus gewoon spelen. Dat is voor jou de enige inzet voor het teambelang die je aanspreekt en de enige beloning die bij jou werkt. Zeker als je goed presteert, zoals pas geleden tegen Utrecht en Ajax. Als de trainer dan niet bereid is je hiervoor terug te betalen (omdat hij betere spelers denkt te hebben) en jij dat niet kan accepteren, dan is onze scheiding helaas de enige en beste oplossing.
Toch zal dat emotionele en doenerige van jou me altijd blijven aanspreken. Dat komt omdat jij – en ik bedoel dat niet rot - ‘de aap’ laat zien die in ons allemaal zit en moet overleven in de wereld van tactisch-strategische plannetjes waar we coaches en technisch directeuren voor hebben aangesteld om die te bewaken.
Ricky je houdt een speciale plek in mijn hart. Ik wens je veel succes in je verdere leven. Als je in de buurt bent, kom gerust langs. En no hard feelings. Want bij jou kunnen die niet langer dan vijf minuten duren.
Groet,
Dennis Drooglever