Het was even schrikken. ADO Den Haag wilde deze voetbaljaargang maar niet in goede doen raken. De ploeg had iets onder de leden, dat was duidelijk, maar wat er aan schortte daarover verschilden de doktoren van mening.
Diverse diagnoses werden gesteld. Zo was door het wegvallen van Van den Brom en een aantal sleutelspelers de weerstand een stuk minder geworden. De versterkingen die waren gekomen, waren dusdanig dat we daar niet echt van zouden opknappen, zo viel ook te horen.
Het werd de supporters na de eerste drie thuiswedstrijden groen en geel voor de ogen. Geen vaste patronen, geen beleving. Na het ongekende succesjaar was ADO weer gewoon ADO. Het zou opnieuw een seizoen worden van sukkelen, kwakkelen en tobben.
Met die gedachte begaf ik mij ook zaterdag weer naar het stadion. Het wandelingetje viel me zwaar. Een dierbare op apegapen zien liggen, dat went nooit. Vorig jaar, toen hij blaakte van gezondheid, was het bezoek natuurlijk een stuk makkelijker.
Maar zie, tegen VVV leek de patiënt toch wat opgekrabbeld. Ik zag zowaar weer wat automatismen. Een steekpassje hier, een trucje daar en enkele strakke voorzetten. Jens Toornstra toonde een paar oude bewegingen, Wesley Verhoek had weer trek en af en toe voelde Lex Immers als het warm kloppend hart. Voeg daarbij de frisse adem van John Verhoek, de behendigheid van Tjaronn Chery en de rechte rug van Gabor Horvath. Er zat warempel weer leven in.
Door hard werken en ritme onder leiding van geneesheer Maurice Steijn lijkt de focus van de jongens zich toch te herstellen. En dat is een hele prestatie na een winstdronken zomer met serieuze transferperikelen en het gemis van het grote, ijzersterke, immer scorende aanspeelpunt Bulykin.
Misschien was het afgelopen jaar wel uitzonderlijk. Maar de terugval wordt volgens mij niet zo dramatisch als door sommigen gedacht. Het spel tegen de Limburgers bood in elk geval hoop.
En mocht het de komende wedstrijden toch allemaal wat minder rooskleurig, kloek en fleurig zijn, dan houd ik me maar vast aan het aloude gezegde: krakende karren rijden het langst.